



vlnr
Truus Boot en
Elfriede Visch, bestuursleden, Sjulie van den Berg,
penningmeester en Wybe Zeyl,
secretaris
Jelle
Noorman (1964) zingt in het koor (bas) sinds september 1998.
In het voorjaar van 2007 nam hij het voorzitterschap over van
Marie-Antoinette Otten, die het koor meer dan twintig jaar heeft
geleid. In het dagelijks leven is Jelle Noorman vertaler (uit het Engels, Frans, Spaans en Portugees) en schrijver. Momenteel werkt hij aan zijn derde boek. In 2001 verscheen van zijn hand 'De Haan op de mesthoop' (uitg. Atlas) en in 2004 'Mijn Frankrijk', eveneens bij Atlas, in de serie 'Mijn... (Duitsland, Ierland, enzovoorts)'. De boeken die Jelle Noorman vertaalde zijn te talrijk om op te noemen. De stijlen lopen ook flink uiteen, dat gaat van literair tot wetenschappelijk of essayistisch werk. Tot de meer recente vertalingen behoort 'Architectuur van het geluk', van de Brits-Zwitserse filosoof Alain de Botton. Over muziek heeft Jelle uitgesproken ideeën - al denkt geen haar op zijn hoofd erover deze aan wie dan ook op te leggen. Hij houdt veel van oude muziek - religieus of werelds, dat doet er niet toe. In het repertoire van Magna Voce is dat bijvoorbeeld 'Weep, O Mine Eyes' (J. Bennet) of 'O bone Jesu' (Palestrina). Maar ook een veel recenter lied als 'Chanson d'Automne' (een gedicht van Paul Verlaine op muziek gezet door Alphons Diepenbrock) zingt hij graag. Of de 19e-eeuwse liederen van Max Reger, die in het verleden herhaaldelijk op het programma van Magna Voce stonden. En ook de Russische liederen die we instudeerden met het oog op de korendag in de Amstelveense Stadsschouwburg - zoals 'Slava Otsu i Blagochestivyeyshago' van Rachmaninov - vindt hij leuk. Kortom, een eclectische smaak... Magna Voce is in de loop der jaren wel wat gekrompen. De leeftijd van de eerste 'generatie' koorleden is daar mede debet aan. Vooral aan mannenstemmen ontbreekt het - zoals bij zoveel koren - en Jelle Noorman zou graag zien dat er wat mannen bijkwamen. 'Wel is het prettig dat er nu een soort harde kern is overgebleven', vindt hij. 'Er wordt harder gewerkt dan vroeger.' Hij stelt het op prijs dat dirigent Sebastiaan Bakker ons een gevarieerd repertoire laat instuderen. 'En hij is ambitieus wat het koor betreft. Hij probeert ons dingen te laten doen waarvan we in het begin denken: Dat kunnen we helemaal niet! En dat blijkt dan naderhand best mee te vallen. Denk maar aan dat stuk van Messiaen waar we nu op studeren. Sebastiaan laat ons bovendien, behalve aan het repertoire, ook aan onze techniek werken. Hij vormt echt een - enthousiasmerende - eenheid met het koor.' |
|
|